Kunst – omdat we het willen

Maart 2020: het coronavirus zet ons leven op zijn kop. Kuddedieren die we zijn, moeten we van de ene op de andere dag op gepaste afstand van elkaar ons leven opnieuw vormgeven. We moeten thuis werken, scholen gaan dicht, muziekscholen gaan dicht (voor zover ze in een eerdere crisis niet al voorgoed gesloten waren), sportclubs zijn gesloten, musea, concertzalen, bioscopen, terrasjes… Je bejaarde tante even meenemen voor een autoritje − even het huis uit, even wat anders doen dan in bed liggen −, je studerende kinderen gezellig over de vloer, verjaarsfeestjes: overal ligt ineens een dreigende smet op. (meer…)

Moeilijk plekje

Sinds ik twee jaar geleden met paardrijden begon, besef ik pas echt hoe cruciaal de invloed van een docent is. Als ik geen instructeurs had gehad die mij met het volste vertrouwen op een paard gezet hadden, dan zou ik nooit zo hebben kunnen rijden als ik nu doe. (meer…)

Studeren is ook een kunst

Ik studeerde vroeger nooit veel. Een half uurtje per dag zal het gemiddeld geweest zijn. Maar ik haalde daarmee op mijn sloffen datgene wat ik moest halen. De lessen op de muziekschool (slechts een half uur per week) bij mijn leraar Bob Doeve waren altijd een feestje. Hij was streng, maar hij liet het ook merken als hij tevreden was. Ik fietste altijd vrolijk van de lessen naar huis. Doeve vond dat ik muzikaal speelde en goede oren had. Ik wist ook, want dat stond in een van mijn muziekschoolrapporten, dat mijn vingertechniek niet zo goed was. (meer…)

Tijdloos in de Achterhoek

Verhuisd van Amsterdam naar Eibergen. Voor wie niet één-twee-drie weet waar dat ligt: in de Achterhoek, vlakbij Groenlo (aaah!), dicht tegen de Duitse grens (dat is wel heel ver weg van Amsterdam!). Een grote stap, volgens zowel Amsterdammers als Achterhoekers. (meer…)

Over paardrijden en fluitspelen

Als klein meisje heb ik altijd paard willen rijden. Omdat ik echter al een dure hobby had – fluitspelen – vonden mijn ouders het niet goed dat ik ook nog eens op paardrijles zou gaan. Ik vermaakte me daarom met surrogaat- en fantasiepaarden: het standbeeld van een hertje op het grasveld voor de kerk, mijn fiets, waar ik via een ingenieuze constructie “stijgbeugels” aan vast maakte (in werkelijkheid waren het de turnringen die in de garage hingen). (meer…)