Docentencursus – vervolgcursus

Datum/Tijd
Date(s) - 03/11/2019
00:00 - 16:30

Locatie
Brackman Boerderij

Categorie├źn


Op zondag 3 november 2019 vond weer een vervolgcursus plaats met het groepje dat in april was gestart met de docentencursus rondom mijn boek ‘Van fluit leren spelen naar muziek kunnen maken’.

Een boeiende middag! Aan de hand van concrete voorbeelden uit de lespraktijk werden verschillende problemen voorgelegd: hoe los je die op? De voorbeelden bestonden uit filmpjes van lessituaties, die we bespraken. Heel fijn was de bereidheid van een leerling om met haar docent mee te komen naar de cursusdag. Haar probleem: haar toon was wazig en ze had weinig lucht. De vraag was of ik haar kon helpen de toon mooier te krijgen en meer controle over haar adem te krijgen.

Al bij het spelen van de toonladder van C over 2 octaven was duidelijk wat ze precies bedoelde. Het overblazen lukte niet of nauwelijks en er klonk veel valse lucht mee. Bovendien was bij elke toon een keelaanzet te horen.

Aan de hand van een aantal verschillende oefeningen veranderde haar toon hoorbaar. Dat waren oefeningen met als doel: 

-groot denken:
leg de fluit in 1 grote beweging onder de lip. Dan maak je je hele lijf vanzelf ook groot.
-maak goed contact met kin en lipplaat 
(oefening: vingers bewegen en voelen dat fluit niet wegrolt)
-blaas vooruit: 
blaas alsof je een A4tje weg moet blazen dat een centimeter of 30 voor je gezicht hangt
-denk aan rustig inademen, denk niet aan blazen. 
Oefening: speel dezelfde toon een aantal keren achter elkaar (zonder tong), en haal rustig adem tussen alle tonen in. Je mond niet stijf in embouchurestand houden (tong lang en breed voelen), maar ontspannen licht open laten vallen (denk maar aan klarinettisten of saxofonisten, die halen bij inademing ook de mond ligt van het mondstuk af). Blijf gewoon doorgaan als de toon er niet meteen goed uitkomt. Focus je niet op het blazen maar op het inademen.

OPMERKING TUSSENDOOR: na deze oefening verdween het keelgeluid en werd de toon al helderder en voller.
-tong losjes in de mond houden: 
zeg achter elkaar dudududududu, of tutututututu. Maak daarbij een duidelijke uu-klank, focus dus op de klinker en niet op de medeklinker d of t. De lippen vormen zich door de klinker al meer in embouchurestand, met een klein blaasgaatje in het midden.
-lucht richten: 
dit was de kralenoefening uit het boek: drie kralen hangen aan draadjes die op een centimeter afstand naast elkaar aan een stokje/breinaald geknoopt zitten. Blaas nu alleen de middelste kraal weg. Zodra dat lukt: pak je fluit en denk dat je de middelste kraal wegblaast.

OPMERKING: met deze laatste oefening veranderde haar toon hoorbaar: geen valse lucht meer, er kwam een mooie diepe klank in de toon. Overblazen lukte nu tot en met zelfs de c3.

En het mooiste: de leerling zelf hoorde niet alleen heel duidelijk het verschil, maar vond het blazen ook ineens veel gemakkelijker.

Een van de deelnemende docenten merkte op dat er al zoveel veranderde bij de oefening waarbij de leerling steeds op 1 toon moest inademen en blazen. Haar was ook opgevallen dat ik daarbij niet van tevoren had gezegd dat ze moest zorgen het keelgeluid weg te krijgen, maar uitsluitend als opdracht had gegeven: adem ontspannen in en blaas. Pas daarna benoemde ik dat het keelgeluid was verdwenen. 

Immers: benoem je dat keelgeluid, dan gaat de leerling zich juist op dat keelgeluid focussen waardoor er weer spanning optreedt. (Denk NIET aan een roze olifant!)

Een andere vraag die naar voren kwam: het verschil tussen jouzelf als docent, met enorm veel muzikale bagage, en de beginnende leerling, die nog geen enkel muzikaal besef heeft, is zo enorm groot. Hoe hou je het dan voor jezelf interessant? Antwoord: bedenk dat ook muzikaliteit in kleine stapjes ontwikkeld moet worden. Begin bijvoorbeeld met het naspelen van een stukje met een omvang van slechts 2 tonen; speel een duet met de leerling, die een ritme van een liedje op slechts 1 toon speelt, en varieer in tempo of dynamiek – de leerling volgt of de leerling geeft aan. Met dit soort oefeningen leer je de leerling luisteren en bewust worden van de enorme hoeveelheid muzikale variaties die je kunt aanbrengen. Door de jaren heen bouw je dit uit en verfijn je de details, waardoor de oudere leerling als vanzelf een goed muzikaal gevoel kan ontwikkelen.