Zoals zovelen leer ik mijn leerlingen vanaf het begin aan om op het gehoor te spelen. Liedjes leren ze eerst zingen en daarna naspelen, ze mogen zelf improviseren met ritme en/of toonhoogte. Stukjes die ze van notenschrift leren, spelen ze eerst van blad om direct uit het hoofd te herhalen wat ze net gespeeld hebben.

Niet iedereen kan even gemakkelijk op het gehoor of uit het hoofd spelen. Sommigen spelen een eenvoudige melodie zonder enige aarzeling na, anderen hebben daar beduidend meer moeite mee. Sommigen spelen ongeveer je ritme na, anderen heel precies. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Een hele basale oorzaak is van technische aard: het kind moet begrijpen hoe hij op zijn instrument verschillende toonhoogtes kan laten klinken. Wat moet je doen om vanuit de g een secunde omhoog te gaan, wat moet je doen om een secunde omlaag te gaan? Welke vinger heb je nodig en moet je die juist optillen of neerzetten? Bij de eerste lessen kan dit tot enige verwarring leiden.

De meest voor de hand liggende oorzaak is een niet goed ontwikkeld gehoor. Kinderen horen dan geen verschil in toonhoogte als je twee verschillende tonen speelt, of denken juist verschillende toonhoogtes te horen als je twee keer dezelfde toon achter elkaar speelt. Kinderen horen geen ritmische verhouding tussen noten, waardoor ze een ogenschijnlijk eenvoudig ritme niet goed kunnen naspelen. Opvallend is dat kinderen die niet goed kunnen naspelen, ook niet zuiver en duidelijk kunnen zingen.

Er kunnen echter ook motorische problemen ten grondslag liggen aan het feit dat een kind een melodie niet juist speelt. Hij tilt bijvoorbeeld een verkeerde vinger op, of vindt het lastig om twee vingers tegelijk op te tillen. Zo kan onritmisch spelen ook een motorische oorzaak hebben. Het duurt net te lang om de juiste vingerzetting voor elkaar te krijgen, of het combineren van adem en vingers bij legato leidt tot te haastige vingerwisselingen.

Tot slot zijn er ook kinderen die een structuur nodig hebben om te kunnen begrijpen hoe een stuk in elkaar zit, zelfs bij de meest eenvoudige liedjes. Voor hun geeft het visuele notenschrift een stevig houvast bij het ontdekken en onthouden van een structuur. Vaak zijn dit ook kinderen die goed kunnen rekenen en later uitblinken in wiskunde.

Er spelen dus heel veel processen een rol tijdens het op het gehoor spelen van een schijnbaar eenvoudig stukje. Daarbij is het ook zo dat de processen elkaar kunnen beïnvloeden. Laat ik een paar voorbeelden noemen.

Femke, op 6-jarige leeftijd begonnen, had problemen met toonhoogte horen. We begonnen de eerste lessen, zoals gebruikelijk, met ritmespelletjes en liedjes zingen, afgewisseld met blazen op kopstuk of fluit. Femke zong enthousiast, doch kraaienvals mee. Zelfs op één toonhoogte blijven zingen was al heel erg lastig. Elke les opnieuw besteedden we een gedeelte van de les aan zingen. Ik liet haar steeds consequent de allereerste toon precies op mijn toonhoogte nazingen. Bij de eerste liedjes, gebaseerd op grote secundes, wees ik met mijn hand alleen omhoog of omlaag aan. Bij de volgende liedjes, met grote en kleine tertsen, kwam er nog een extra toonhoogte in het aanwijsladdertje bij.

Na het zingen volgde steevast het op het gehoor spelen, waarbij ik meezong en ondertussen weer de toonhoogte met mijn hand aangaf. Ondertussen leerde ze ook liedjes van blad lezen, die ze eveneens moest kunnen zingen, uit het hoofd naspelen en transponeren.

In het begin kostte dit veel moeite, maar na verloop van tijd begon ze er handigheid in te krijgen. De omvang van de liedjes werd geleidelijk aan groter en ze begon steeds ingewikkelder liedjes te zingen en te spelen, afgewisseld met stukjes die ze uitsluitend hoefde te spelen.

Vier jaar later, ze was dus inmiddels 10, had ik aan de muur in de muziekkamer posters van componisten hangen, die leerlingen gemaakt hadden. Eén leerling had een poster gemaakt over Hendrik Andriessen, waarbij ze plaatjes geplakt had van Andriessen zelf en een fragment uit zijn Kleine Suite voor fluit en piano. Femke had het stuk zelf nooit gespeeld, maar zag het aan de muur hangen. Terwijl ze haar fluit uitpakte hoorde ik haar tot mijn verrassing het thema zingen wat daar aan de muur hing – haarzuiver!

David was een 6-jarig jongetje dat heel goed kon rekenen. Schriftelijke opdrachten met ritmes vond hij ontzettend leuk: een ontbrekende noot of rust invullen, maatstrepen neerzetten deed hij feilloos. Ritmes kon hij ook goed klappen en spelen. Zuiver zingen kon hij echter niet. Consequent achter elkaar dezelfde toonhoogte blijven aanhouden was al een hele uitdaging. Speelde ik op 1 toon, dan tilde hij halverwege een vinger op, ging ik omhoog, dan ging hij omlaag. Wanneer hij naar me keek en mijn bewegingen nadeed, was er geen probleem. Zijn motoriek was dus in orde. Simpele, korte liedjes uit hoofd spelen kreeg hij niet voor elkaar, noch als hij ze op gehoor had geleerd, noch als hij ze van blad had geleerd. Totdat hij de eerste toonladders kon gaan spelen. De structuur hoefde ik hem maar één keer uit te leggen, die ratelde hij vervolgens elke les uit zichzelf op. En toen hij een liedje van blad mocht spelen waarin hij eerst de drieklanknoten had gekleurd, kon hij hetzelfde liedje de week daarna uit het hoofd spelen. Vanaf dat moment ging hij met sprongen vooruit. Op zijn achtste vroeg hij trouwens in de les: “Ken je de stelling van Pythagoras?”

Dat structuur kan helpen bij een stuk uit het hoofd leren spelen, bewees ook de 7-jarige Paultje. Paultje kon zuiver zingen, goed uit het hoofd spelen en naspelen. Hij had Altijd is Kortjakje ziek op notenschrift van mij meegekregen, met de opdracht het uit het hoofd te leren. De les daarna vertelde hij opgewonden dat het heel gemakkelijk was geweest om het uit het hoofd te leren: hij had namelijk ontdekt dat de laatste zin precies hetzelfde was als de eerste zin! Dat hij al zingend ook diezelfde tekst had herhaald, was nooit in zijn hoofd opgekomen.

In zijn artikel “Waarom we de ‘dromers, denkers en doeners’ uit het onderwijs moeten verbannen” (De Correspondent, 16-2-2017) beschrijft Johannes Visser hoe, naar aanleiding van verkeerd geïnterpreteerd onderzoek, in onderwijsland het idee heeft postgevat dat kinderen in leerstijlen in te delen zijn. Door “onderwijs op maat” te leveren, zouden kinderen effectiever de stof tot zich kunnen nemen: auditief ingestelde kinderen krijgen vooral auditieve instructies, visueel ingestelde kinderen vooral schriftelijke instructies. Nieuwe onderzoeken uit psychologie en neurowetenschappen tonen echter aan dat er nooit sprake is van maar één leerstijl. Er is juist sprake van een samenwerking van verschillende zintuigen, waardoor de informatie beter verwerkt kan worden. “Inspelen op één zintuig kan volgens [breinwetenschapper] Geake zelfs schadelijk zijn, omdat het indruist tegen hoe onze hersenen werken.”

Bij Femke, David en Paultje, die ik als slechts een paar voorbeelden genoemd heb, is ook sprake van een samenwerking van zintuigen. Femke kon een liedje dat ze zag haarzuiver zingen doordat ze hoorde hoe het moest klinken. David en Paultje hoorden en onthielden de melodie beter doordat ze een structuur konden zien. Ook als ik bij mezelf naga wat er in mijn hoofd omgaat wanneer ik een lang stuk uit het hoofd speel, dan is er sprake van meerdere processen. De ene keer kan ik de melodie intuïtief op het gehoor reproduceren, de andere keer heb ik houvast van toonsoorten nodig om niet op een verkeerde manier de zin te vervolgen, een andere keer zie ik de bladspiegel voor me en is mijn geheugen puur visueel.

Ik denk dat het ontzettend belangrijk is om zoveel mogelijk zintuigen bij het muzikale leerproces te betrekken. Zingen, klappen, lopen, spelen, naspelen, lezen, uit het hoofd leren, opschrijven: de ene manier is niet beter dan de andere. De ene manier ondersteunt juist de ander. Net als bij muziek zelf gaat het om het samenspel.

Meer ideeën over lesgeven vind je in Van fluit leren spelen naar muziek kunnen maken.

© Josine Brackman-Pijnacker Hordijk

Categorieën: muziek

1 reactie

Mieneke · 3 maart 2017 op 14:20

Dank je Josine altijd weer boeiend hoe je met je leerlingen werkt.
wilde dat ik vroeger een lerares had gehad die zo werkt als jij.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.