Over paardrijden en fluitspelen

Als klein meisje heb ik altijd paard willen rijden. Omdat ik echter al een dure hobby had – fluitspelen – vonden mijn ouders het niet goed dat ik ook nog eens op paardrijles zou gaan. Ik vermaakte me daarom met surrogaat- en fantasiepaarden: het standbeeld van een hertje op het grasveld voor de kerk, mijn fiets, waar ik via een ingenieuze constructie “stijgbeugels” aan vast maakte (in werkelijkheid waren het de turnringen die in de garage hingen). En in mijn puberjaren heb ik een tijd op een boerderij gewerkt, waar ik een keer op de rug van het ploegpaard gezeten heb. Dat waren zo bij elkaar mijn ervaringen met paarden.

Totdat dochter Anne vorig jaar een paard aanschafte – Aera, een mooie IJslandse merrie. En wie zit daar nu trots de eerste pogingen tot draf, tölt en galop op te oefenen? Jawel, ik zelf.

Anne had wel eens eerder gevraagd, toen zij jaren geleden paardrijlessen volgde: zou dat niet ook wat voor jou zijn? Maar ik zag mezelf niet zo gauw op een manege rondhobbelen; ik vond mezelf eigenlijk te oud om nog iets nieuws te gaan leren. Ik zou vast niet lenig genoeg, te langzaam van begrip en te onhandig zijn. Maar nu er een paard binnen handbereik was, met ook nog eens een aardige instructrice erbij, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en heb ik besloten me in het avontuur te storten.

Hoe anders is het om ineens weer leerling te zijn in plaats van docent. En tegelijkertijd: wat een immense parallellen bestaan er tussen communiceren met je paard en communiceren in de muziek. Elke keer dat ik met Aera heb geoefend vallen er weer vele kwartjes. Dus zó werkt het als je opdracht onduidelijk is, als je aarzelt, of zelf eigenlijk geen idee hebt wat je volgende stap zal zijn. En zó leuk is het als je eerst geen flauw idee hebt van het bestaan van een paardentaal, en je langzamerhand steeds meer begint te begrijpen waarom iets gaat zoals het gaat.

Zo was ik laatst met een leerling aan het werk aan haar pulsgevoel. Haar manco was dat ze steeds zo maar begon te spelen, zonder van tevoren te bedenken wat de maatsoort was en in welk tempo ze wilde spelen. Met als gevolg dat het voor mij, als medespeler, vooral gissen was hoe ze verder zou gaan. En de eerste maat direct al niet gelijk onder elkaar stond. Ik vertelde haar over mijn eerste confronterende ervaringen met Aera. Ik kreeg van Anne, voordat ik überhaupt ging rijden, eerst een aantal lessen in leiden (letterlijk en figuurlijk “grondwerk”). Ik moest voorop lopen en Aera moest mij volgen, slalommend om hoedjes en balken. Mooi dat Aera gewoon rechtdoor liep, terwijl ik mij in allerlei kronkels wurmde. Waarom? Omdat ik van tevoren niet bedacht of ik nu al die slalom zou gaan maken of pas bij het volgende hoedje. Ik was onduidelijk in mijn eigen bewegingen, en daardoor was het voor Aera ook volkomen onduidelijk wat mijn bedoeling was. Dat moest dus beter. De keer daarna was ik heel stellig in mijn route: nu gaan we naar links, nu wil ik naar rechts, nu gaan we terug. En wat gebeurde: Aera liep als een mak paardje achter me aan! Dus, was mijn boodschap naar mijn leerling: bedenk niet pas als je aan het spelen bent of je in een driekwarts maat of een vierkwarts maat zit, of hoe snel je eigenlijk wilt spelen. Maar bedenk van tevoren hoe het tempo en de puls zijn en ga dan vanuit dat gevoel spelen. En wat gebeurde: zij gaf vol overtuiging aan en ik kon probleemloos mijn stem onder de hare voegen.

Anne en zoon Tim hebben voor het eerst paardrijles gekregen van een vriendin van mijn man en mij, ze waren toen een jaar of 9 en 11. (Heel toevallig speelt deze vriendin ook heel mooi fluit.) Het eerste wat zij leerden was om het paard te leren vertrouwen, het gevoel te krijgen van balans en ontspanning. Ze moesten met hun armen cirkeltjes in de lucht draaien, zich op de rug van het paard omdraaien en achterstevoren gaan zitten; in stilstand en in stap. Al na een paar lessen maakten ze een buitenritje door het bos. Anne is inmiddels de trotse eigenares van een paard (eeh, en een veulentje, sinds kort), maar ook Tim, die al jaren niet meer paard had gereden, voelde zich na 13 jaar nog steeds volledig op zijn gemak toen hij onlangs op Aera zat.

In de manege waar Anne later paardrijles had ging dat heel anders. Nieuwkomers werden meteen op een paard gezet en geacht direct in de groep mee te rijden. Als een zandzak hobbelend op de rug van het arme paard, geen idee hebbend hoe ze de teugels vast moesten houden, hoe ze hun voeten in de stijgbeugels moesten houden, doodsbang om eraf te vallen, gingen ze de strijd aan met het paard. Ze sloegen daarmee de basisbeginselen over: vanuit ontspanning vertrouwen opbouwen. De kinderen leerden niet met plezier paardrijden. Maar ook de paarden zelf werden beïnvloed door het gebrek aan vertrouwen van de verschillende onervaren ruiters die zij telkens weer op hun rug kregen. In de loop van de jaren werden ze steeds murwer, ongevoeliger. En soms helaas zelfs onbetrouwbaar.

Voor een instrument leren spelen geldt precies hetzelfde als voor leren paardrijden. Om met enthousiasme muziek te kunnen maken, moet je erop kunnen vertrouwen dat jij je instrument kunt laten klinken zoals jij wilt. Zo kan je ook het plezier verliezen in het bespelen van een muziekinstrument, wanneer je de grondbeginselen overslaat. Ik merk dat bijvoorbeeld bij leerlingen die te vroeg in een orkestje mee gaan spelen, wat nog te ver boven hun niveau is. Hun eerste doel wordt: overleven in het ensemble. Hopen dat ze meekomen, dat ze het ritme kunnen volgen, dat ze de goede noten raken. Aan muziek maken komen ze helemaal niet meer toe. Het orkestje, wat aanvankelijk zo leuk leek, blijkt na verloop van tijd lang zo leuk niet meer te zijn.

Veel technische problemen op latere leeftijd vinden hun oorzaak in een te haastig begin. Wordt er te snel heengestapt over de basisprincipes van een ontspannen inademing, een ontspannen embouchure of ontspannen tongaanzet, dan is met zekerheid te voorspellen dat de leerling over een aantal jaren te kampen heeft met een geknepen toon, een moeizaam vibrato, een continu te hoog geïntoneerde toon, stroeve articulatie of eentonige frasering. De leerling wordt bang voor hoge tonen die zacht gespeeld moeten worden, omdat hij niet het vertrouwen heeft gekregen dat hij met de juiste luchtrichting en vaart de toon op de juiste hoogte weet te houden. De leerling verandert snelle staccatoloopjes in legato, omdat hij niet geleerd heeft hoe hij soepel en ontspannen met zijn tong kan aanzetten. Hoge tonen vindt hij lelijk, omdat hij niet geleerd heeft vanuit een ontspannen inademing en met souplesse te blazen. En zo wordt hij na verloop beperkt in de mogelijkheden die zijn instrument hem eigenlijk te bieden heeft.

Anne leert mij op eenzelfde manier vertrouwen krijgen in het paardrijden, als zij het ooit geleerd heeft. Een tijdje geleden dacht ik dat ik voorlopig nog lang niet zou gaan galopperen, met het beeld van de in het zadel stuiterende kindertjes voor ogen. Maar tot mijn eigen verbazing galoppeerde ik in mijn tweede rijles – aan de longeerlijn – al een aantal rondjes om Anne heen en zat ik ondertussen heerlijk in het zadel om me heen te kijken naar de blauwe lucht en het groene gras!

Zo geldt ook voor de fluitdocent: geef je leerling vanaf het begin het vertrouwen dat hij het kan – door hem stap voor stap en met geduld zijn toon-, vinger- en articulatietechniek te leren opbouwen. Door hem steeds ietsje verder uit te dagen, vanuit een veilige ontspanning. Zo zal hij met plezier leren muziek te maken, in plaats met tegenzin te worstelen met de techniek.

Ooit ga ik dat buitenritje vast ook nog wel eens maken.

Meer ideeën over lesgeven vind je in Van fluit leren spelen naar muziek kunnen maken.

© Josine Brackman-Pijnacker Hordijk

4 gedachten over “Over paardrijden en fluitspelen”

  1. Ha! Dat buitenritje is dichterbij dan je denkt vermoed ik zo. En daarin ook weer passende parallellen: zie de bosrand, vul de ruimte tussen jou en de bosrand en het paard danst onder je door. Eigenlijk net als fluiten . Xxx

  2. Wat een prachtige beschrijving ik zie je al rijden, ja paardrijden is heerlijk. Samen een met je paard.
    Mooi zoals je dit weer samenvoegt met je lessen en samen spelen.

  3. Mooi geschreven, Josine, en mooi opgemerkt die paralellen. Voor veel communicatie zonder woorden kan de muziek als paralel dienen, denk ik. Dieren zijn ook gevoelig voor (hoge) tonen. Zou dat er ook mee te maken hebben? Je gaat je bijna afvragen of een paard bestuurd zou kunnen worden door muziek. Samen met ruiter of amazone dansen ze in elk geval graag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *