Tijdloos in de Achterhoek

Verhuisd van Amsterdam naar Eibergen. Voor wie niet één-twee-drie weet waar dat ligt: in de Achterhoek, vlakbij Groenlo (aaah!), dicht tegen de Duitse grens (dat is wel heel ver weg van Amsterdam!). Een grote stap, volgens zowel Amsterdammers als Achterhoekers. Groter contrast is niet denkbaar: van het overvolle, haastige Amsterdam naar de lege, groene, rustige Achterhoek. Zoals een ambtenaar van het Twentse belastingkantoor nieuwsgierig vroeg: “Krijgen jullie nou het gevoel dat je hier onthaast?”

Eens in de week ga ik voor één of twee dagen op en neer naar Amsterdam om les te geven. Ik heb altijd een eigen lespraktijk aan huis gehad, leerlingen kwamen naar mij toe voor de lessen. Ideaal, omdat ik nooit zo ingewikkeld hoefde na te denken over lesroosters, omdat ik altijd het juiste lesmateriaal bij de hand had, een mooie vleugel had om pianopartijen te kunnen spelen, of gauw even iets uit de kast kon trekken om van het blad te spelen. En iets wat je je pas realiseert als de omstandigheden veranderen: ideaal omdat ik altijd de juiste afstand tussen de leerling en mijzelf kon bepalen. Speelden we duetten, dan kon ik de lessenaars zo neerzetten dat we allebei genoeg ruimte om ons heen hadden om niet in de verdrukking te komen. Als ik wilde meekijken op de bladmuziek van de leerling om direct op de bladzij relevante passages aan te kunnen wijzen, was daar de ruimte voor. Maar ik kon ook op een afstand gaan zitten en de leerling voor me laten voorspelen.

Dat is nu allemaal anders bij mijn Amsterdamse leerlingen. Nu ben ik degene die druipend van de regen of zwetend van het fietsen in de tropische hitte bij de leerling aanbelt, die om een glaasje water vraagt en verontschuldigend zegt dat de brug openstond. De ene keer is de leskamer zo warm gestookt dat ik niet weet hoe ik mijn fluit vast moet blijven houden, de andere keer is de leskamer zo vol met speelgoed dat ik geen idee heb waar ik mijn fluit veilig neer kan leggen zonder dat iemand erop gaat staan. De ene keer blijft een ouder, tot ergernis van de leerling, stiekem op de achtergrond meeluisteren, de andere keer wordt de stilte na de slottoon verstoord door een opdringerig tikkende klok.

Maar het heeft ook verrassend leuke kanten: leerlingen die me onthalen met een heerlijke kop koffie inclusief opgeschuimde melk, met een net gebakken cake, of een “eenvoudige” maaltijd voordat ik weer verder fiets naar de volgende leerling.

Een aantal leerlingen reageerde afgelopen herfst geschokt toen ik vertelde dat we een boerderij in Eibergen gekocht hadden. Vooral degenen die ik al een flink aantal jaren les geef. Twee bijna-dertigers, die ik al vanaf hun 10e lesgeef, bijvoorbeeld, die het zich allebei moeilijk konden voorstellen dat ze nooit meer les in het hun vertrouwde huis zouden hebben. Zoals één van hun droevig overpeinsde: “Ik heb hier ook zóveel meegemaakt!” Maar ook anderen, die de wekelijkse of tweewekelijkse lessen als een soort houvast zagen en bang waren dat “ook die ene zekerheid” uit hun leven verdween. De laatste les op de Leimuidenstraat in Amsterdam was voor de meesten een les vol melancholie – waarbij de laatste uitvoering nog een extra duit in het zakje deed. De jongere kinderen reageerden allemaal daarentegen heel onbewogen: voortaan thuis les? Chill! Dan hoef ik niet meer zo’n eind te fietsen!

Inmiddels ben ik al voor de 11e keer op en neer geweest. En alles lijkt redelijk genormaliseerd. Thuis les krijgen is de meeste leerlingen eigenlijk enorm meegevallen. Hoewel sommigen geen piano hebben, kan ik altijd wel baslijnen of relevante melodielijnen uit de pianopartijen meespelen. En fantastische medewerking heb ik gekregen van de moeder van een oud-leerling en van een overbuurvrouw uit Amsterdam, die mij hun lesruimte respectievelijk woning ter beschikking hebben gesteld voor de paar leerlingen die ik niet thuis les kan geven. Of die wel thuis les kunnen hebben, maar daar geen piano hebben en toch graag een keer met piano willen spelen. Het op en neer reizen naar Amsterdam valt me alleszins mee. Ik zie er altijd naar uit om mijn leerlingen te zien, maar ik vind het ook heerlijk om weer terug te komen in Eibergen.

In mijn tienerjaren kwam ik regelmatig in Barchem, een kilometer of 15 van Eibergen, waar ik meehielp op de boerderij van “oom” Gerrit-Jan en “tante” Mientje. Ik hielp mee met koeien melken, hooien, varkens voeren, eieren rapen, peulen plukken, kortom: voelde me op en top boerin. Op zeker moment was ik met oom Gerrit-Jan aan het werk in de wei, onderaan de Lochemse berg, toen hij vroeg: “Hoe laat is het?” Ik keek op mijn horloge en zei: “Drie voor half één”. Oom Gerrit-Jan begon te bulderen van het lachen, ik begreep niet waarom. Totdat hij zei: “Ik hoef alleen maar te weten of het ongeveer twaalf uur is of ongeveer één uur! Drie voor half, hahaha, drie voor half!!”

Nu snap ik wat hij bedoelt. Na een paar dagen Amsterdam is het altijd weer heerlijk om in Eibergen te zijn. Het strakke plannen van lessen en fietsroutes is keurig in evenwicht met de tijdloosheid van het Eibergse leven.

Dat Eibergse leven gaan we ondertussen ook een muzikale inhoud geven. Met wellicht een aantal nieuwe leerlingen, en met projecten. Weekendprojecten voor volwassen amateurmusici bijvoorbeeld, in de vorm van masterclasses of kamermuzieklessen. De deel wordt verbouwd tot muziekruimte, waar onze Steinway een mooi nieuw plekje krijgt. Onze logeerkamers zijn al van de nodige bedden voorzien, overnachtingsmogelijkheden te over. De keuken is voorzien van een extra lange uitschuiftafel, waarop straks de groenten uit de moestuin, de frambozen en bessen komen te pronken. En dan gaan we ergens na de zomer van start. Ongeveer in september of ongeveer in oktober. We hebben alle tijd.

Meer ideeën over lesgeven vind je in Van fluit leren spelen naar muziek kunnen maken.

© Josine Brackman-Pijnacker Hordijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *